De aardbeving in 2019 was voor LSMO aanleiding om een inzameling te houden voor
ouderen op de Molukken. Verschillende ouderen werkgroepen, waaronder die van
Lunteren en Moordrecht, deden hieraan mee. En tijdens de mantelzorgdag in Moordrecht
werden maaltijden verkocht ten behoeve van de inzameling. Een definitief doel was er
toen nog niet en onbekend was ook hoe het geld dan op de juiste bestemming terecht
moest komen. Corona brak uit en alle aandacht ging naar de ontwikkelingen dichtbij huis,
namelijk de ouderenzorg in Nederland. Afgelopen zomer kwam dit onderwerp echter weer
op de agenda en werd besloten het geld, 800 euro, te besteden aan de ouderen die in
Panti Ina Kaka wonen, in Passo op het eiland Ambon. Lees meer..
Nog steeds wonen op de Molukken de meeste ouderen bij één van hun kinderen of wonen
er kinderen en kleinkinderen bij hun in huis. De meningen over het verzorgingshuis in
Passo zijn verdeeld. Het is mooi dat er een dergelijke voorziening bestaat, maar over het
algemeen vinden de mensen die we gesproken hebben, het best naar dat er ouderen zijn
die geen familie hebben waar ze kunnen wonen. Bij een bezoek in 2008, vertelde een
bewoner echter, dat hij het fijn vond bij Panti Ina Kaka. Tussen zijn leeftijdsgenoten oud
worden zonder zich te hoeven verbazen over het gedrag van zijn kleinkinderen en de
opvoeding van zijn kinderen. Bijzonder om te horen, deze opvatting.
Panti Ina Kaka (plaats voor oudere mannen en vrouwen) bestaat uit drie gebouwen en
staat in het dorp Passo, even buiten de stad Ambon. Het is een voorziening vanuit de
overheid voor ouderen. Vijftig ouderen kunnen er geplaatst worden. Momenteel wonen er
35 ouderen. Een aantal ouderen ontvangt regelmatig bezoek van de kinderen, maar een
aantal ook helemaal niet.
Veel stagiaires hielden zich met de ouderen bezig op het moment van bezoek. Of er een
dagelijks programma is, is niet helemaal duidelijk. Daarvoor was het bezoek ook te kort.
Vrijwilligers vanuit de afdeling van Sociale Zaken in Ambon hielpen mee de presentjes aan
de ouderen uit te delen. Vooraf is hen gevraagd waar ze behoefte aan hadden. Iets warms
om aan te trekken, een trui of een vest en ook een dekentje, gaven ze aan. En zo werden
op maandag 14 november jl. 35 sweaters en dekentjes uitgedeeld tezamen met wat ‘uang
tangan’, vrij vertaald, geld om zelf vast te houden.
Niet te beschrijven hoe dubbel het gevoel is als enkele ouderen je Gods zegen wensen. Je
had nog zoveel meer willen doen. Nog langer met de mensen willen praten. Ze mee willen
nemen voor een dagje uit, nog een paar keer terug willen komen. Maar ja…tangan
pendek…handen te kort.
Terug in Nederland wacht het ouderenwerk hier. We leven in luxe, denken we. Maar als
we niet vast blijven houden aan de vanzelfsprekendheid van er voor elkaar zijn, vervallen
we toch in een zekere armoede. De armoede van gebrek aan genegenheid, van
ondersteunen zonder dat het gevraagd moet worden en van durven vragen omdat je weet
dat dit mag.


